NIEUWSBRIEF
Meld u aan!




 
Toelichting op wetgeving omtrent kindersekstoerisme
De Nederlandse strafwet is ook  van toepassing op Nederlanders die zich in het buitenland schuldig maken aan seksueel misbruik van minderjarigen. Dit heet extraterritoriale wetgeving.  Vervolging is mogelijk zonder dat het misbruik in het land waar het feit gepleegd is, strafbaar is. Om te kunnen vervolgen moet het bewijs dat afkomstig is uit het buitenland  wel voldoen aan onze strafrechtelijke normen. (Zie hiervoor artikelen 5 en 5a Wetboek van Strafrecht.)
In de Nederlandse wet is geen apart wetsartikel over kindersekstoerisme opgenomen. In Nederland kunnen daders worden vervolgd met behulp van art. 248a en 248b Sr over het tegen betaling in goederen of geld gebruik maken van diensten van minderjarige prostituees. Zware delicten waaronder het uitvoeren van seksuele handelingen met kinderen jonger dan 12 jaar kunnen worden vervolgd met behulp van art. 244 Sr.
Kindersekstoerisme en mensenhandel

In Nederland wordt opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een minderjarige met een derde tegen betaling gezien als mensenhandel. Dwang zoals dat geldt voor volwassenen is hierbij geen vereiste. Ook hoeft de dader niet op de hoogte te zijn geweest dat het slachtoffer minderjarig was. Het aanbieden van kindersekstoerisme en in hotels, appartementen of andere accommodaties gelegenheid geven tot seks met minderjarigen tegen betaling in geld of goederen kan mogelijk worden vervolgd als mensenhandel. (Zie ook: artikel 273f Sr.)

Uit Wetboek van Strafrecht
Artikel 5

1. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt:

1°. aan een der misdrijven omschreven in de Titels I en II van het Tweede Boek, en in de artikelen 192a, 192b, 192c, 197a, 197b, 197c, 206, 237,272 en 273 alsmede – voor zover het betreft een misdrijf, gericht tegen de rechtspleging van het Internationaal Strafhof, als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het op 17 juli 1998 te Rome tot stand gekomen Statuut van Rome inzake het Internationale Strafhof (Trb. 2000, 120) – in de artikelen 177, 177a, 178, 179, 180, 189, 200, 207a, 285a en 361;

2°. aan een feit het welk door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld.

3°. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 300 tot en met 303, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;

4°. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 138a, 138b, 139c, 139d, 161sexies, 225, 226, 227, 240a, 240b, 326, 326c, 350, 350a en 351, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 2 tot en met 10 van het op 23 november 2001 te Budapest tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18, en 2004, 290).

2. In de gevallen, omschreven in het eerste lid, onderdelen 2° en 3°, kan de vervolging ook plaatshebben, als de verdachte eerst na het feit Nederlander wordt.
 
Artikel 5a

1. De  Nederlandse  strafwet  is  toepasselijk  op  de  vreemdeling  die  in  Nederland  een  vaste  woon-  of  verblijfplaats  heeft  en  zich  buiten  Nederland  schuldig  maakt  aan  een  der misdrijven  omschreven  in  de  artikelen  240b , 242  tot  en  met  250  en  273f , voor zover het feit is  gepleegd ten aanzien van een  persoon die  de  leeftijd van achttien jaren nog niet heeft  bereikt dan wel aan  een  der misdrijven  omschreven  in  de  artikelen  300 tot  en  met  303, voor zover het feit op levert genitale verminking van een  persoon van het vrouwelijke geslacht die  de  leeftijd van achttien jaren nog niet heeft  bereikt, een terroristisch misdrijf, dan wel een  der misdrijven  omschreven  in  de  artikelen  225, derde lid, 311, eerste lid, onder 6°, 312, tweede lid, onder 5°, alsmede 317, derde lid, jo. 312, tweede lid, onder 5°.

2. De  vervolging kan ook plaatshebben, in die n de  verdachte eerst na het begaan van het feit een  vaste  woon-  of  verblijfplaats  in  Nederland  heeft  gekregen.
 
Artikel 248a

Hij die door giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk beweegt ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 248b

Hij die ontucht pleegt met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 244

Hij die met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
 
Artikel 273f

1. Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft:
2°. degene die een ander werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
3°. degene die een ander aanwerft, medeneemt of ontvoert met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling;
5°. degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen  met of voor een derde tegen betaling of zijn organen tegen betaling beschikbaar te stellen dan wel ten aanzien van een ander enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van die handelingen of zijn organen tegen betaling beschikbaar stelt, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.